1.   kamperfoelie zn. 'geslacht van heesters en slingerplanten (Lonicera)'
categorie:
leenwoord
Vnnl. caprifolie '(wilde) kamperfoelie' [1567; Nomenclator], kamperfoelie [1670; Herbarius Nl.].
Ontleend aan middeleeuws Latijn caprifolium 'kamperfoelie' [7e eeuw; TLF], letterlijk 'geitenblad' en gevormd uit klassiek Latijn caper (genitief caprī) 'geit', zie capriool, en folium 'blad', verwant met blad. Het eerste lid werd in het Nederlands op verschillende manieren volksetymologisch aangepast en ook vormen met kaper- kwamen voor. De invoeging van m voor p komt ook voor in bijv. pompoen en in een oude nevenvorm pampier van papier. Het tweede lid werd aangepast aan foelie of aan de klank van kampernoelie.
Een van de gewestelijke namen die voor deze plant in gebruik is (geweest), is geitenblad, een letterlijke leenvertaling van het Latijnse woord. In de wetenschappelijke naam van de gewone kamperfoelie komt het Latijnse woord terug als soortaanduiding: Lonicera caprifolium. Linneaus vernoemde de plant met de geslachtsaanduiding Lonicera naar de Duitse arts en natuurhistoricus Johann Lonitzer (1499-1569).


  naar boven