1.   aamborstig bn. 'kortademig'
categorie:
geleed woord
Mnl. amborstich 'astmatisch' [1350-1400; MNHWS], anborstich [1477; Teuth.]; vnnl. amborstig [1567; Nomenclator], aamborstich 'ademloos' [1612; WNT]. De woordenboekvormen vnnl. engborstig [1567; Nomenclator] en enghbrostigh [1599; Kil.] staan wellicht onder invloed van het Duits.
Het tweede lid is borst 1. Het eerste lid kan aan zijn, maar gaat misschien ook terug op ang, eng 'nauw' (zie eng), dus eigenlijk 'eng van borst'. In beide gevallen met assimilatie van de nasaalkank aan de -b-.
Mnd. amborstich 'aamborstig' (van amborst 'astma'); nfri. aamboarstich. Met -ng- ook oe. angbreost 'kortademigheid, astma' en nhd. engbr├╝stig 'smal gebouwd; kortademig'.
Literatuur: Philippa 1992b
Fries: aamboarstich


  naar boven