1.   zelf vnw. 'persoonlijk'
Onl. self 'zelf' in that sia bedriegen selua fan idilnussi 'dat zij zelf door leegheid bedrog plegen', an sig seluon 'op zichzelf' [beide 10e eeuw; W.Ps.]; mnl. selve in Dat is dines selues selecheit 'dat is de zaligheid voor jezelf' [1200; VMNW], hi met sins selues leden 'hij met zijn eigen familieleden' [1236; VMNW], portre ne verbord zelue 'de burger verbeurt dat zelf' [1254; VMNW], Die gode selue welt ontdragen Sijn recht 'die aan God zelf zijn rechtmatig deel wil ontnemen' [1265-70; VMNW], self in daer es dese didderic van hoylede self rechtere 'deze (voorgenoemde) Diederik van Hooglede is daar zelf rechter' [1284-87; VMNW].
Os. selƀo, self (mnd. sülve); ohd. selbo, selb (nhd. selb(st), selber); ofri. selva, self (nfri. sels < ofri. selves); oe. selfa, self (ne. -self); on. sjálfr (nzw. själv); got. silba; < pgm. *selba(n)-.
Verdere herkomst onduidelijk. Er zijn in elk geval geen zekere verwante woorden met vergelijkbare betekenis. In het Venetisch, een taal die bekend is van enkele honderden korte inscripties uit de periode 6e eeuw v. Chr.-1e eeuw na Chr. in het gebied tussen de Po-delta en de Alpen, is een woord sselboisselboi geattesteerd, dat veelal als verwant met pgm. *selba- wordt beschouwd en vertaald wordt als '(voor) zichzelf'; de vertaling van de betreffende inscriptie is echter zeer onzeker.
Men verklaart pgm. *selba- meestal uit pie. *se-l-bho- (FvW, NEW, Kluge21, Pfeifer), waarin *se- een voornaamwoordelijke stam is als in zich. Volgens anderen (Verc., Kluge) is pie. *sel- eigenlijk de wortel *selh1- 'nemen' (LIV 529) van Latijn cōn-sulere 'beraadslagen' (< 'bijeenverzamelen'), Grieks heleĩn 'nemen', Oudiers selb 'bezit' en Welsh helw 'id.' (Proto-Keltisch selwā < pie. *selh1-uo-) en het causatief pgm. *saljan- 'overhandigen', waaruit o.a.: oe. sellan 'id., verkopen' (ne. sell 'verkopen'); on. selja 'id.'; got. saljan 'offeren'.
Een analyse van *selba- als *se- + *lība- 'lijf' (zie lijf), dus met een letterlijke betekenis 'in eigen persoon' (Postma 1997, 296) en met reductie van de tweede klinker als in elf 1, twaalf en welk, lijkt onwaarschijnlijk, omdat *se niet 'zijn' betekende, en omdat er al in de oudste Germaanse talen geen spoor meer is van een klinker tussen *l en *b, i.t.t. wat men bij elf, twaalf en welk kan vaststellen.
De oorspronkelijke en algemeen Germaanse functie van dit woord is die ter versterking van een persoonsaanduiding, die gewoonlijk de vorm heeft van een persoonlijk voornaamwoord (zie de eerste vier attestaties) of naamwoord (zie de laatste twee attestaties). In de continentaal West-Germaanse talen is al vroeg een tweede functie tot ontwikkeling gekomen: voorafgegaan door een lidwoord of aanwijzend voornaamwoord en gevolgd door een zelfstandig naamwoord benadrukte mnl. selve dat de bedoelde zaak of persoon reeds eerder genoemd was. Voor Middelnederlandse attestaties zie zelfde, dat deze functie heeft overgenomen. Het Engels en de Noord-Germaanse talen hebben hiervoor een ander woord: Engels same, Zweeds samma enz., uit de wortel van samen.
Literatuur: G. Postma (1997), 'Logical entailment and the possessive nature of reflexive pronouns', in: H. Bennis e.a. (red.), Atomism and Binding, Dordrecht, 295-322
Fries: sels


  naar boven