1.   rubriek zn. 'vaste afdeling in een dagblad of tijdschrift; afdeling in een boek'
categorie:
leenwoord
Mnl. rubrike 'rode verfstof' in dat bestriict hi mit rubriken 'dat bestrijkt hij met rode verf' [1340-60; MNW-P], 'soort' in dese drie titulen ende rubriken des sonnendaechs 'deze drie benamingen en categorie├źn (soorten) van de zondag' [1480; MNW-P]; vnnl. rubrijcke 'rode verf; opschrift, titel' [1599; Kil.]; nnl. rubriek 'vaste afdeling in een dagblad' [1877; Groene Amsterdammer].
Via Frans rubrique ontleend aan Latijn rubrica 'rode verfstof', Laatlatijn ook '(titel van een) hoofdstuk in een wetboek, wet', omdat het opschrift van een wet in rood werd geschreven. Het Latijnse woord is een afleiding van ruber 'rood', verwant met rood. Zie ook miniatuur 'voorstelling in het klein' bij Latijn menium 'rode verf, menie'.
Ook de recente betekenis 'vaste afdeling in een dagblad of tijdschrift' en bij uitbreiding 'afdeling in een boek' is van het Frans rubrique 'id.' [1846; Rey] overgenomen.
Fries: rubryk


  naar boven