1.   tracé zn. 'traject van weg of spoorbaan; weg- en waterbouwkundig ontwerp'
categorie:
leenwoord
Nnl. tracé 'ontwerptekening' in Tracé. Grondteekening van een vestingwerk [1862; WNT], 'aslijn van een weg, vaart, dijk enz.' in tracé; de afgebakende lijn van een ontworpen weg, spoorweg [1886; Kramers], Het volgende tracé - een lijn langs den rechter Spaarne-oever [1932; WNT], het tracé van de dam [1958; WNT Aanv. oriëntatie].
Ontleend aan Frans tracé 'ontwerptekening' [1792; TLF], letterlijk 'dat wat is afgetekend, uitgezet', zelfstandig gebruik van het verl.deelw. van tracer 'uitzetten, aftekenen, trekken, nasporen', zie traceren.
Fries: trassee


  naar boven