1.   gevoelen ww. 'voelen'
categorie:
geleed woord
Mnl. geuolen 'voelen, waarnemen' [1240; Bern.], dat gevoelde dat dier 'dat merkte, dat voelde, het dier' [1276-1300; CG II, Nat.Bl.M], die hem dienen, ghevoelen ewigher salicheit 'die hem dienen, ervaren de eeuwige zaligheid' [1461; MNW].
Afleiding met het intensiverende voorvoegsel ge- (sub f) van voelen.
Os. gifōlian, mnd. gevolen; ohd. gafuolen, mhd. gevüelen (nhd. zeldzaam gefühlen); oe. gefēlan.
Gevoelen had een ruimere betekenis dan voelen, het betekende naast 'met de tastzin gewaarworden' ook 'merken, anderszins gewaarworden'; het beperkte zich later met name tot de betekenis 'een innerlijk gevoel hebben, innerlijk ervaren'.
gevoelen zn. 'gezindheid, mening'. Mnl. gevoelen 'de tastzin, het gevoel' in noch smaek, noch rieken, noch geuulen 'noch smaak, noch reuk, noch gevoel' [1265-70; CG II, Lut.K], 'innerlijk gevoel, gewaarwording' in een inwindich geestelec gevoelen [14e eeuw; MNW]; vnnl. ook 'mening', in van het selve gevoelen 'dezelfde mening toegedaan' [1569; WNT]; nnl. vaak het meervoud gevoelens 'meningen, innerlijke gezindheid, gewaarwordingen' in zy affecteert gevoelens, die zy niet kent [1784; WNT], onze gevoelens over de belangen van het vaderland [1808; WNT]. Zelfstandig gebruik van de infinitief van gevoelen. ◆ gevoel zn. 'tastzin; wat gevoeld wordt'. Mnl. misschien één vindplaats in allen onkuysschen werken ende onkuysschen gevoelen [midden 15e eeuw; MNW], waarin gevoelen het mv. van gevoel 'wat gevoeld wordt' zou kunnen zijn; vnnl. dat het vleesch ... van 'tsmertigh ghevoel ende van den doot grouwelt 'dat het lichaam een afschuw heeft van het gevoel van pijn en van de dood' [1564; WNT gruwelen], dit pijnlijck ghevoel 'deze (overdrachtelijk) pijnlijke gewaarwording' [1583; WNT Aanv. desperaat], mijn ghevoel, mijn oogh, mijn oor 'mijn vermogen om te voelen, zien, horen' [1622; WNT overreden]. Afleiding met het voorvoegsel ge- (sub d) van voelen of afleiding van het werkwoord gevoelen. Gevoel had aanvankelijk dezelfde betekenissen als het zn. gevoelen; na de vnnl. periode zijn de betekenissen van gevoelen beperkt tot 'mening, gezindheid, innerlijke gewaarwording'.
Fries: fiele ◆ gefoelens (mv.) ◆ gefiel


  naar boven